Overslaan en naar de inhoud gaan

Share

Rough guide: fase 1

Fase 1: Vooronderzoek

fase 1 vooronderzoek

Doel
De grenzen aangeven van jouw proeftuin, onderzoeken welke voorzieningen al een plek hebben en hoe deze zich verhouden tot jouw proeftuin. Daarnaast doelen stellen voor de toekomst.

Duur
100 dagen

1.1 Kijk of je proeftuin niet al bestaat

stap 1

Er worden steeds meer proeftuinen opgezet. De eerste stap is dan ook onderzoeken of jou proeftuin al bestaat of niet. Op deze kaart kun je een actueel overzicht vinden van alle ‘Proeftuinen’. Als er niets opstaat betekent dat natuurlijk niet dat er ook niets gebeurt, maar waarschijnlijk geen integrale, op alle vormen van vitaliteit gerichte aanpak. Is er voor jou nog geen relevante proeftuin, dan kun je zelf het initiatief nemen en er één opzetten. In de geest van de pioniers gaat dat op basis van ‘first come, first serve’: prik je vlag in de wijk die jij voor ogen hebt en geef je proeftuin een naam. Bedenk dat je geen professional hoeft te zijn of een bepaald cv nodig hebt. 

just do-it!

1.2 Begrens jouw proeftuin

stap 2

De grenzen van je proeftuin zijn niet onbelangrijk. Net als een rivier of bergkam natuurlijke grenzen van gebieden vormen, kunnen infrastructurele of bestuurstechnische grenzen belangrijk zijn bij het bepalen van de grenzen van je proeftuin. 

Tip

Zolang het om Prototypen gaat, denken we dat een begrensde wijk hanteerbaarder is. Vooral als we afspraken moeten maken met de Gemeente en verzekeraars kan het van pas komen als we, om maar iets te noemen, een experiment uit willen voeren met zaken rond bekostiging en vergoeding. Er zijn overigens ook proeftuinen die grenzen losjes hanteren. Rotterdam zoekt bijvoorbeeld naar verbindingen tussen initiatieven waar die ook in Rotterdam ontplooid worden. Een interessant experiment dat we evengoed van harte ondersteunen.

1.4 Wijs een ontmoetingsplek aan

stap 4

Uitgebreid, klein, een buurthuis, een koffietent, cafe, de bibliotheek, bij jou aan de keukentafel … kan allemaal. Het kan er één zijn of meerdere, maar er moet een HOME zijn. En wel een waar de bewoners ook binnen kunnen lopen. Bedenk dat veel institutionele plekken een 'drempel' kunnen hebben!

1.5 Team up: Vorm een club trekkers om je heen

stap 5

Er moet een aantal rollen en verantwoordelijkheden belegd worden. Minimaal heb je 5 mensen nodig: Samen vormen ze het ‘Dispatch-team’. Beschrijf rollen, namen en rugnummers. Het is mooi als deze mensen enig charisma bezitten!

Het Dispatch-team werkt het vervolg van dit stappenplan samen af.

Creëer en Digitaal Bewonersplatform

stap 1.6

Naast een gebouw van steen en hout zul je ook een digitale ‘ontmoetingsplek’ moeten realiseren. Hier kun je dingen doen die in de fysieke wereld onmogelijk zijn zoals vragen stellen aan meer dan 1000 mensen, interactie met zorgverstrekkers administreren, financieel ‘contactloos’ afrekenen.

Hiervoor gebruiken we standaard software. Wel is het belangrijk dat de ontwikkelaar de software in overeenstemming met de Proeftuin gedachte heeft ingericht. Dat heeft voornamelijk betrekking op de koppeling met andere software en de uitwisseling van data.

De software die gesuggereerd wordt op de SamenBeter Marktplaats voldoet aan deze eisen.

 

TIP:

Het samenstellen van een Digitaal Platform is eenvoudig en kun je zelf doen. Of betrek een whizz-kid uit je proeftuin. Als je verder bent, wordt het ontwerpen van het design en de interactie, de UI/UX werk voor een professional. Misschien heb je die in je proeftuin. SamenBeter beschikt ook over designers die je daarbij kunnen helpen.

 

1.7 Show me the money: Het Dispatch-team stelt een begroting op

stap 1.7

Kosten vormen een belangrijke drempel. Een van de belangrijkste transities die we middels Proeftuinen willen bereiken is dan ook kosteloze zorg. Zowel preventief als curatief. En niet alleen evidence based, maar álle zorg waarvoor een bewoner voor kiest. Dit is een van de ‘long shots’ van het experiment omdat de bekostiging en vergoeding van zorg in wetten (en in hoofden) verankerd is. Veel stakeholders zien hierin hun belangen in gevaar komen. Je kunt kiezen voor een activistische aanpak of juist samenwerking zoeken, maar ergens zal je een budget moeten organiseren. De gemeente is de meest logische partner: zij zitten voor elke inwoner op WmO geld, GGZ geld en participatiegeld. Stort deze gelden in één pot waaruit de totale ‘vitaliteit’ van de wijk bekostigd wordt: Model Populatie Bekostiging.

Andere modellen:

 

Model Regiobudget

De verschillende aanbieders stellen een regiobudget samen (uit bestaande middelen) en financieren hiermee een team dat de integrale zorg voor de caseload biedt (zonder de administratieve verantwoording voor deze middelen)

 

Model Integratief

De verschillende aanbieders behouden hun eigen financiering (en de eigen administratieve verantwoording) maar detacheren resources voor de integrale wijkzorg.

 

Model Disruptief

Een nieuwe aanbieder start met een team en biedt vernieuwende zorg die dusdanig in de smaak valt dat de andere aanbieders uit de wijk verdreven worden.

 

Model Experiment

Een derde partij financiert de innovatie voor een periode van 2 a 3 jaar met een experimentele subsidie die het dispatch team de middelen geeft om autonoom innovatieve zorg te ontwikkelen.

1.8 Doelen stellen

stap 1.8

Het Dispatch-team stelt zichzelf een opdracht voor de volgende cyclus.

Als je helderheid omtrent je doelen stelt, kun je met behulp van de Transitiemodellen uit het vorige hoofdstuk bepalen welk model je hanteert. Vergelijk je proeftuin vooral met andere proeftuinen die hetzelfde model hanteren.