Overslaan en naar de inhoud gaan

Share

Facebook“Twitter"/“Google+”/“Pinterest"/“Twitter"/

Nieuwe GGZ Blog: Verbinding met Philippe Delespaul

Bianca van Beugen

Deze keer had ik wat beter opgelet wat er leefde in de groep, zodat ik het nog wat moeilijker vond om alles efficiënt in het halve uur tussen de middag te proppen dat ik van Philippe’s secretaresse toebedeeld had gekregen. Zo wilde ik nu toch ook iets vertellen van wat de euthanasie van Aurelia losgemaakt had in de groep, onder andere. Aan die onder andere kwam ik dan toch niet meer toe. Maar Philippe heeft wel weer inspirerende dingen gezegd die ik in dit verslag ook hoop te kunnen overbrengen.

Philippe Delespaul

Mijn eerste vraag ging over lichaamsgerichte therapieën, wat een aantal mensen van essentieel belang achten, maar daarbij toch ook over andere vaktherapieën, alternatieve therapieën, en aanvullende zaken zoals vrijetijdsvoorzieningen. Enerzijds vreesde ik dit nu teveel op één hoop te vegen, maar de gemeenschappelijke vraag erover was toch: Hoe krijgt het een volwaardige plek in een wijkgerichte benadering? Mensen zijn toch bang dat als het kleinschaliger wordt, veel van dit soort dingen niet meer levensvatbaar zouden zijn, terwijl er juist ook veel mensen zijn die nu al vinden dat er te weinig van beschikbaar is.

Philippe: “Éen van de uitgangspunten van DNG is, dat als je aan hulpverlening denkt, het erom gaat dat mensen weer zin in hun leven krijgen. Daarbij is het op 1 oplossing richten (medicatie of psychotherapie) duidelijk een slechte strategie, maar dat is nu in de GGZ toch de overheersende strategie. Dat is een heel verschraald aanbod. Mensen hebben vaak behoefte aan verschillende dingen, waaronder lichaamsgerichte therapie, vrijetijdsbesteding, enzovoorts, en zijn helemaal niet goed geholpen met zo’n verschraald aanbod. In de nieuwe GGZ willen we dit aanbod zeker en vast uitbreiden!

Uitbreiding op de klassieke manier, met dagcentra, en PMT groepen speciaal voor depressieve patiënten, enzovoorts, kan alleen als je het gecentraliseerd organiseert, en dus buiten de wijk. Ook dat is een verschraalde oplossing. Er is gewoon geen geld voor elk gewenst aanbod. Als je dan een PMT groep doet voor depressieve patiënten, wat doe je dan voor angst, autisme, psychose, enzovoorts? Maar met wijkgericht, bedoelen wij ook dat er maatschappelijke oplossingen moeten komen voor allerlei verschillende diagnoses en problemen. Psychische problemen, en mensen met psychische kwetsbaarheden moeten veel meer een geaccepteerd deel gaan uitmaken van de maatschappij, als iets dat bij het normale leven hoort. De rijkdom van het aanbod in de maatschappij moet dan de referentie zijn voor zorg, steun en participatie. Er hoeft dan geen gespecialiseerd centrum te zijn waar gespecialiseerde coaches werken voor depressie, autisme, angst enzovoorts. Het kan ook opgelost worden door gespecialiseerde coaches in de wijk in te zetten waar ze nodig zijn. Het aanbod zal daarmee gaan toenemen, niet afnemen!

Mensen zijn misschien bang om de centra en dergelijke te verliezen die er nu zijn, maar het is de bedoeling dat er méér voor terugkomt. En dit kan ook omdat veel van wat patiënten met verschillende diagnoses nodig hebben, toch normale menselijke behoeftes zijn die op zichzelf niet met de diagnose samenhangen. Zo kan bij de ene persoon een leesclub en bij de andere een groepje om mee naar de opera te gaan, een oplossing bieden bij eenzaamheid. En dat hoeft niet in afgeschermde voorzieningen in een veilige omgeving binnen de psychiatrie te blijven, dat moet juist de maatschappij in. De maatschappij moet ontsloten worden voor de psychiatrie.”

Bianca: “Dat lijkt me heel mooi, maar ik denk wel dat dit soort uitspraken bijdraagt aan het idee dat ik toch nog regelmatig zie rondspoken, dat de nieuwe GGZ alleen voor de lichtere problematiek zou zijn. En mensen zijn zelf vaak ook bang om die veilige omgeving te verlaten. Dat wordt trouwens ook bevorderd door de maatschappij zelf. Dan wordt er geroepen: “oh nee als jij zulke problemen hebt, dan kun je hier niet meedoen, want daar hebben wij hier geen verstand van!” Dus om dit mogelijk te maken, zou de maatschappij dan niet zelf ook moeten veranderen?”

Philippe: “We bouwen ook aan de relatie met de maatschappij. Mensen in de maatschappij worden bang gemaakt voor psychopathologie, en daar heeft de psychiatrie zelf ook een aandeel in. We moeten zelf vanuit de psychiatrie dus ook veel meer gaan uitstralen dat het wèl kan om mensen met een psychische kwetsbaarheid aan van alles te laten deelnemen zonder dat daarbij per se iemand aanwezig hoeft te zijn die er tien jaar voor gestudeerd heeft. Gewoon iemand troosten bijvoorbeeld, dat kun je ook bieden zonder ervoor gestudeerd te hebben, en de behoefte daar aan heeft weinig met specifieke diagnoses te maken.

Éen van de principes van de Nieuwe GGZ, en van wijkgerichte zorg in het algemeen, is dat de resources beter gebruikt kunnen worden door steun te geven aan wat er in de maatschappij al is, dan door eigen centra te hebben voor alles. En we willen er ook eerlijk over zijn dat we als professionals ook niet altijd alles onder controle hebben. Zodat het ook duidelijker is dat het geen zin heeft om een lijn te trekken tussen wie wel en niet met mensen met psychische problemen kan omgaan, omdat het dus ook niet zo is dat als je het maar door een professional laat doen, het niet meer fout zou kunnen gaan.

*

De tweede vraag vanuit de groep ging over de grote GGZ instellingen. Voor zo ver die nog helemaal niet bezig zijn met echte vernieuwingen, maar vooral met verdere uitbreiding van hun “imperium”, zou het ze nog gaan lukken om aansluiting te vinden bij de vernieuwingen die de Nieuwe GGZ nastreeft? Hoe zou ze dat nog kunnen lukken? En, als ze weigeren te veranderen, platter en transparanter te worden, zullen ze dan in rook opgaan?

Philippe: “Dat is niet gemakkelijk te zeggen. Maar ik zal ten eerste een technisch antwoord geven. Wij vinden dat GGZ problematiek niet banaal is, en er moeten dus middelen voor worden vrijgemaakt. Als we dat niet doen samen met de grote GGZ instellingen, dan missen we expertise en middelen die we eigenlijk niet kunnen missen. Dat is voor ons de reden om het niet op te geven met ze. Er wordt wel eens voorgesteld om het helemaal zonder ze te gaan doen, maar dan moeten we het met 10-20% van de middelen gaan doen, en daarvoor is psychisch lijden te serieus. Dus ja, we willen ook de mastodont-instellingen meenemen in de veranderingen, ondanks dat we weten dat die maar langzaam en moeilijk kunnen veranderen.”

Bianca: “Goed, de mastodont-instellingen moeten dus ook mee. Maar hoe verwacht je dat voor elkaar te krijgen, dat het ook echt gaat lukken om ze te veranderen?”

Philippe: “Er is een terecht wantrouwen tegenover wat de grote instellingen zeggen over veranderingen. Want het is echt waar dat ze vaak alleen maar met woorden zeggen iets te veranderen, en bijvoorbeeld het woord herstel gaan gebruiken, maar vervolgens niet merkbaar iets veranderen aan de manier waarop ze in de praktijk werken. Maar in de afgelopen 5 jaar heb ik gezien dat veel mensen wel echt anders zijn gaan denken, en dat is op alle niveaus, dus ook bestuurders, verzekeraars, en mensen in de politiek. Doordat het denken verandert, zal uiteindelijk ook de praktijk wel gaan volgen. Steeds meer mensen gaan anders denken, maar het heeft tijd nodig om dit zo ver te brengen dat het systeem in de praktijk ook echt gaan kantelen. Door een oud gebouw van de psychiatrie op te blazen (het gebouw de Vijverberg in Maastricht is enige tijd geleden opgeblazen, en daarbij was er ook de hoop dat dit symbolisch zou werken voor verandering) gaan mensen nog niet anders denken. Dat gaan ze pas doen door dialoog over en weer. Daarnaast helpt het ook als er hier en daar een geldkraan dicht gedraaid wordt en als er zo wat instellingen die echt teveel in het oude denken blijven hangen, failliet gaan. Maar de dialoog is het belangrijkste wapen, daar geloof ik in.”

*

De laatste vraag voor deze maand ging over het gebruik van creativiteit in de psychiatrie. Het idee was dat dit een ingang kon zijn om voorbij symptoombestrijding te komen, omdat het zo in contact staat met het onderbewuste, wat eigenlijk juist een oud idee is in de psychiatrie, maar waar momenteel toch vrij weinig mee gedaan lijkt te worden. Dit kan eigenlijk ook gezegd worden van lichaamsgerichte therapie, maar dat had ik er hier zelf nog niet bij genoemd. Het was dan ook eigenlijk mijn bedoeling dat deze vraag van de eerste zou verschillen, maar voor Philippe ging het toch in essentie over hetzelfde. Toch kwamen we bij het bespreken van deze vraag nog tot in mijn beleving hele mooie en waardevolle toevoegingen aan het gezegde bij de eerste vraag.

Philippe: “Het draait hier toch ook weer om de normale maatschappelijke beschikbaarheid. Dat mensen met psychische problemen kunnen deelnemen aan creatieve activiteiten die al plaatsvinden in de maatschappij, zoals schilderclubs, fotoclubs, theaterclubs. Maar ook kun je daar dan coaches bij vragen met kennis van diagnoses en dergelijke.”

Bianca: “Dat zal zeker helpen, maar ik denk dat de vraag er ook over kan gaan dat de medische methodieken zodanig ontwikkeld zouden kunnen worden dat er meer gebruik in gemaakt kan worden van creativiteit?”

Philippe: “Medische methodieken…wanneer moet iets een medische methodiek heten? Als een psychotherapeut ook kunstenaar is, kan het een prima methode zijn om iedere week een kunstwerk met hem te bespreken. Wat het beste middel is om tot zelfexpressie en zelfinzicht te komen en de bevrediging die je kunt halen uit creativiteit, kan per persoon verschillen. Voor de een is het schilderen, voor een ander theater, muziek, of fotografie. Als elke hobbyclub ook een aantal mensen met een psychische kwestbaarheid heeft, die ook af en toe een therapeut meenemen, dan kan het zo genormaliseerd en geïntegreerd worden.”

Bianca: “Willen therapeuten daar ook aan meewerken?”

Philippe: “Ja, dat gebeurt zelfs al.”

Bianca: “Nou, waar ik dus vooral bang voor ben als ik dat zo hoor, is eigenlijk dat het voor mij klinkt alsof therapeuten dan ook minder hoog opgeleid hoeven te zijn, en dat komt bepaalde mensen wel goed uit om zo te denken want dan kan het ook goedkoper, maar dan verdient het ook echt niet meer de naam van therapie. Of is het een misvatting om zo te denken?”

Philippe: “Daar zit wel een misvatting in ja, het is zeker niet de bedoeling dat het tweederangs zorg gaat worden, in tegendeel, ik ga ervoor om ook in het maatschappelijke veld topkwaliteit zorg te gaan brengen. Het is wel terecht om er achterdochtig over te zijn, want het is wel realiteit dat al dit soort veranderingen soms door bestuurders misbruikt worden om het goedkoper te maken. Maar dat is absoluut niet de bedoeling. Ook op wijkniveau moet de kwaliteit behouden kunnen blijven. Of je nu op een eigen terrein zit van een psychiatrisch ziekenhuis, of in een wijkcentrum langskomt als hulpverlener, expertise wordt daar niet minder om, en dat laatste werkt beter. Dan kun je bijvoorbeeld als therapeut die iemand begeleid in expressie door fotografie, ook gebruik maken van de kennis van iemand bij de fotografieclub die verstand heeft van fotografie, zodat je in die samenwerking nog betere ondersteuning kunt bieden.”

Bianca: “Ja! Dat doet mij wel denken aan waar ik zelf wel tegenaan liep bij de GGZ, dat ik naar een sportclub ging maar bij het sporten ook best wel veel last had van mijn angsten. Dat was heel moeilijk om daar effectief ondersteuning bij te krijgen bij de therapeut, want die had geen bal verstand van mijn sport. We konden er dan wel in het kamertje over praten, maar ik kreeg dan niet helemaal uitgelegd wat er nu echt gebeurde. De adviezen die ik vanuit dat kamertje meekreeg, kreeg ik in de praktijk dus ook maar heel beperkt toegepast, het sloot gewoon niet echt aan op die manier. En de sportinstructeurs konden ook totaal niets met mijn problematiek, dus dan stond ik er echt alleen voor. Ik had daarbij ook zo graag gehad dat er samenwerking had kunnen zijn.”

{Bij deze voorstelling van zaken kon ik de meerwaarde van het ‘naar de wijk brengen’ dus eigenlijk pas echt inzien. Hoewel ik, achteraf schrijvend terwijl mijn enthousiasme weer wat bekoeld is, me wel afvraag of ik er nu echt zo blij mee zou zijn als heel de sportclub ziet dat ik begeleiding krijg van een therapeut. Al vermoed ik dat mensen bij de sportclub toch wel gemerkt hebben dat ik iets van psychische problemen heb, en sommige mensen heb ik zelf iets erover verteld. Maar echt voor iedereen herkenbaar ‘psychiatrisch patiënt’ zijn omdat je begeleiding krijgt in je eigen club of wijk, is toch nog net wat explicieter. Dat zou voor mij, en voor veel mensen denk ik, toch niet per se vrij zijn van schaamte. Maar het is te hopen dat als het zo inclusief gaat worden, het stigma er ook zodanig af zou kunnen gaan dat die schaamte ook niet meer zo aan de orde is.}

Bianca: “Nu we zo praten, begin ik er ook steeds meer een mooie voorstelling bij te krijgen. Ik denk wel dat dat helpt, en ik hoop dat het me lukt om dat over te brengen in het stukje dat ik ga schrijven! Het is denk ik wel vaker zo dat mensen zich nog te weinig een goede, aantrekkelijke voorstelling kunnen maken van hoe het zou kunnen gaan worden. Dan ga je ideeën zoals “de wijk in” invullen langs de lijn van wat je in het verleden al hebt zien gebeuren, namelijk dat mooie woorden geen invulling krijgen en dat het allemaal smoesjes zijn om te kunnen bezuinigen en tegelijk net te doen alsof je heel goed bezig bent. Maar het kan ook ècht een grote meerwaarde hebben als de GGZ meer een samenwerkend geheel gaat vormen met activiteiten in de maatschappij waar het leven dat je hebt met en ondanks klachten, toch vooral plaatsvindt.”

Philippe: “Ja. Je wilt present zijn en bijdragen aan herstel, en soms hebben mensen coaching nodig bij een herstelactiviteit. Dat kan ook het verschil maken of het wel of niet lukt om die herstelactiviteit door te zetten. De kern is dat er niet minder zorg komt, maar méér zorg! Zorg die bovendien aansluit bij het individu, en die aansluit bij de maatschappij. We blijven daarom ook vechten om het geld. We gaan NIET wegbezuinigen.”

 

Bianca van Beugen blogt over De Nieuwe GGZ. Zie voor meer blogs

philippe