Overslaan en naar de inhoud gaan

Share

Facebook“Twitter"/“Google+”/“Pinterest"/“Twitter"/

De Nieuwe GGZ: Update 2018

Jim van Os

Nieuwe GGZ

De Nieuwe GGZ

De Nieuwe GGZ is een beweging die vernieuwing op basis van de inhoud van de GGZnadrukkelijk verbindt aan vernieuwing van de organisatie en financiering van de zorg, en die zich richt op het gehele spectrum van psychische klachten in de populatie vanuit een visie van weerbaarheidsbevordering, leefstijlgeneeskunde en publieke GGZ. Zij is van mening dat een duurzame GGZ alleen mogelijk is als inhoud en organisatie van de GGZ bij elkaar worden gebracht volgens het Enhanced Primary Caremodel van de Wereldgezondheidsorganisatie, in nauwe samenwerking -of beter: integratie- met het sociaal domein en met een belangrijke publieke component (Tabel 1). De Nieuwe GGZ heeft geen blauwdruk maar nodigt het veld uit tot multideskundige co-creatie van innovatieve praktijken aan de hand van een kritische analyse van wetenschap en ervaringskennis. Experimenten van Nieuwe GGZ vinden momenteel plaats in een aantal pilotwijken (www.samenbeter.org).

 

Tabel 1. Contrasten ‘Nieuwe’ en traditionele GGZ

 

Huidige GGZ

‘Nieuwe’ GGZ

Substraat

Ziekte

Gevoeligheid

Taal

Diagnose

Formulering persoonlijke variatie

Fundament

Richtlijnbehandeling

Leren leven met, leefstijlgeneeskunde, integrale psychiatrie

Werkzame mechanisme

Technische ingrediënten

richtlijnbehandeling

Relatie en ritueel

onder de behandeling

Principale doel

Symptoomreductie

Weerbaarheidsbevordering

Schaalgrootte

Mega-GGZ instelling

Healing community in wijk van 15.000 populatie

Preferente bekostiging

DBC

Populatiebekostiging

Kwaliteit

Mate van symptoomreductie

bij individuele patiënten

Mate van samenwerking

tussen instellingen in relatie tot de populatiezorgbehoefte

Instrumenten sociaal domein

--

Social holding’

Sociale economie

Instrumenten existentieel domein

(Existentieel herstel)*

Existentieel herstel

Publieke component

--

Landelijk dekkend systeem van publieke eCommunities

Kenniscomponent

Professionele kennis

Daar waar professionele kennis en ervaringskennis elkaar raken

 

*Hoewel existentieel herstel een belangrijk beoogd doel is in de GGZ, is het werken hierrond moeilijk in het huidige systeem gericht op diagnose-evidence-based-practice-richtlijn-symptoomreductie, als vastgelegd in de DBC (Van Sambeek e.a., 2011).

 

  1. Nieuwe GGZ combineert 1-op-1 zorg met een publieke GGZ

Het feit dat significant psychisch lijden een jaarprevalentie heeft van 20% terwijl de maximale capaciteit van de GGZ 6% bedraagt, wijst op de noodzaak voor erkenning van psychisch lijden als een publiek gezondheidsprobleem met een publieke, niet-medicaliserende benadering. Immers, als er geen goede afstemming is van vraag (potentieel 20%) en aanbod (maximaal 6%) dreigen zowel overbehandeling (van problemen die goed passen in het businessmodel van de gereguleerde marktwerking waar de focus ligt op meetbaarheid en maakbaarheid) als onderbehandeling (van problemen die niet passen in het productiesysteem van de moderne GGZ, zoals comorbiditeit met verstandelijke beperking, chronische suïcidaliteit, agressie, psychose, persoonlijkheidsproblematiek en autisme). De noodzaak van een publieke GGZ naast de GGZ van 1-op-1 zorg is algemeen erkend (Wahlbeck, 2015), maar nog nergens vormgegeven. De Nieuwe GGZ neemt het principe van de eCommunities als uitgangspunt van de publieke GGZ (van Os, 2018). Voorbeelden van eCommunities zijn Proud2bme.nl, PsychoseNet.nl en Dementieweb.nl en Dwang.eu, die jaarlijks vele miljoenen bezoekers trekken volgens een publiek GGZ-model. Ze zijn georganiseerd als multideskundige onafhankelijke online ontmoetingsplekken waar patiënten en betrokkenen terecht kunnen voor informatie, niet-medicaliserende duiding van klachten, online spreekuur met experts, inclusief fora en chatrooms, zelfmanagementstrategieën, kritische informatie over de staat van wetenschap onder traditionele en niet traditionele behandelingen, lifestyle-interventies en integrale psychiatrie, het belang van persoonlijk herstel in de zin van herstel van zingeving en wegen naar sociaal herstel en het organiseren van vormen van ‘social holding’. Met social holding wordt bedoeld het organiseren van lokale netwerken en hulpbronnen in de wijk, zodanig dat deviant gedrag kan worden gebufferd en gekanaliseerd zonder aanleiding te geven tot ernstige disruptie. Ook is er uitgebreide informatie over navigeren van traditionele en niet-traditionele hulpverlening in en buiten de GGZ. De verwachting is dat deze vorm van publieke GGZ snel zal doorgroeien naar een groep van 10-15 verzamelde eCommunities, die naar jaarlijks rond de 20 miljoen bezoekers zullen trekken. De Nieuwe GGZ wil ‘achter’ de online eCommunities een uitgebreide ‘markt’ van gratis online eHealth en mHealth tools introduceren, die actief worden beoordeeld door gebruikers volgens het model van bijvoorbeeld Uber en Airbnb (Fig. 1). Het is bemoedigend dat zowel eCommunities en online ‘markt’ van gratis eHealth langzaam vorm beginnen te krijgen in Nederland, buiten de reguliere GGZ om en vooralsnog zonder vast budget. Net zoals thuisarts.nl een succes bleek als een disruptieve vorm van publieke geneeskunde, met 12% reductie van 1-op-1 consultaties met de huisarts (Spoelman e.a., 2016), is de verwachting dat de verzamelde eCommunties een belangrijke component zullen gaan vormen van een nieuwe publieke GGZ, met impact op de psychische gezondheid van de populatie.

 

Fig. 1 Website van de Publieke GGZ in de Nieuwe GGZ: ‘Verzamelde eCommunities’ met daaracht een gratis, consumer-rated markt van e/mHealth tools i.o.

website publieke ggz

 

 

 

  1. Kleinschaligheid van de GGZ-organisatie in de wijk

Hoe kunnen we de nieuwe ggz zo inrichten dat de mensen met de ernstigste zorgbehoeften het meest gebruik kunnen maken van de 1-op-1 zorg in de GGZ terwijl lichtere problematiek vooral in de publieke GGZ wordt gekanaliseerd? Gaan de schaarse intensieve behandelingen naar de mensen met de moeilijkste problemen en comorbiditeiten? In de bureaucratische verwijskanalen van grote instellingen kan een dergelijke selectie niet gemaakt worden. Ook de kleine GGZ-instelling die een enkel sterk specialistisch filter hanteert zonder zicht te hebben op de totale variatie in de wijk en zonder af te stemmen met de lokale partners kan niet bijdragen aan een rechtvaardige selectie en afstemming van de populatiezorgbehoeften. In de Nieuwe GGZ ligt de nadruk daarom organisatie en afstemming in het lokale (wijk)netwerk. Men kiest bewust voor kleinschaligheid van de lokale GGZ-organisatie in de regio, in nauwe samenwerking met een tiental huisartspraktijken, in een populatie van niet meer dan 10.000-20.000, zodat men letterlijk zicht heeft op lokale variatie in psychisch lijden. Dit maakt het mogelijk om regievoering te introduceren rond selectie en verdeling van middelen (van Os e.a., 2018). Hiermee komt een van de grote problemen in de huidige GGZ te vervallen. Bijkomend voordeel is dat met het wegvallen van de grote GGZ-organisaties er aanzienlijke middelen vrijkomen uit ten eerste de opheffing van de overhead van dergelijke organisaties (hoewel er tegelijk op sommige plekken in Nederland nog steeds fusies gaande zijn) en ten tweede uit de reductie van bedden die het werken in de wijk mogelijk maakt. Ook gaan we ervan uit dat in het wijkmodel kan worden gewerkt op basis van een (virtueel) populatiebudget waardoor veel van de kostbare interacties met zorgverzekeraars overbodig worden. Deze stappen maken dat het effectieve GGZ-budget dat kan worden ingezet ten behoeve van de EPA-patiëntenzorg in de wijk feitelijk kan verdubbelen (Delespaul e.a., 2016). Het probleem van de huidige GGZ is dan ook niet een gebrek aan middelen, maar een gebrek aan doelmatigheid in het inzetten van deze middelen direct ten behoeve van patiënten.

 

  1. Principe van de zelfsturende ‘Healing Community’ in de wijk

Met de middelen die vrijkomen uit 30-60% beddensluiting en het vervallen van de overhead van grote GGZ-organisaties en van administratieve interacties met zorgverzekeraars komen middelen vrij die een aanzienlijk sterkere bemensing van de ambulante GGZ mogelijk maken in de wijk. Deze menskracht kan worden georganiseerd volgens de principes die patiënten in de GGZ zelf als essentieel zien. Een uitgebreide analyse van de herstelliteratuur in de psychiatrie toont aan dat voor patiënten de belangrijkste ingrediënten voor verbetering liggen op het niveau van de narratieve ontwikkeling, verbinding met anderen, het ontmoeten van hoop en optimisme, empowerment en eigen regie, identiteit, zingeving en oog voor moeilijkheden en de nood aan ‘presentie’, de zogenaamde CHIME-D principes (connectedness,hope, identity, meaning, empowerment, difficulties)(Leamy e.a., 2011, Stuart e.a., 2016). Deze principes sluiten aan bij onderzoek dat het ‘veranderlijke’ in de GGZ, vooral bij de mensen met de ernstigste psychische problemen, niet zozeer ligt op het niveau van symptomatische verandering, maar wel in verandering op het niveau van zingeving of persoonlijk herstel (Macpherson e.a., 2015). Met andere woorden: patiënten ervaren verbetering vooral als er een GGZ is die social holdingkan bieden in een lokale, zelfsturende ‘healing’ community,gebaseerd op werken volgens relationele, ‘open dialogue’ en ‘resource group’ principes, met mogelijkheid tot respiteen retreatin de wijk. De Nieuwe GGZ voorziet in een multideskundige bemensing (tot 50% personeel met ‘lived experience’) van de GGZ in de wijk, op basis van minstens 50 FTE per populatie van 20.000, zelfsturend en met een fysieke plek in de wijk en in nauwe samenwerking met 5 tot 10 huisartsenpraktijken volgens het Enhanced Primary Caremodel van de Wereldgezondheidsorganisatie (van Os e.a., 2018, Delespaul e.a., 2016).

 

  1. Visie op kennis en behandelen

De Nieuwe GGZ gaat uit van een wetenschappelijke visie op psychisch lijden als menselijke variatie die het beste geduid kan worden op het niveau van transdiagnostische dimensies en een beperkt aantal brede spectrum syndromen van specifieke gevoeligheden (Van Os, 2014). De diagnostische focus is op de narratieve ontwikkeling eerder dan de technische benaming van het syndroom. Tevens gaat men uit van een wetenschappelijke visie op de interpretatie van het behandelonderzoek, dat aantoont dat veel van de effecten van psychotherapeutisch en ook farmacologisch onderzoek worden gemedieerd door niet-specifieke factoren in het behandelritueel en de kwaliteit van de relatie met de hulpverlener; dat behandelingen weliswaar goed kunnen werken voor subgroepen maar dat voorspelling wie waarop reageert niet mogelijk is en dus behandeling een kwestie is van trial en error; dat de waarde van professionele hulpverleners vooral is gelegen in de combinatie van relationele vaardigheden, cultuursensitiviteit en de mate van ervaring over de tijd. Behandelen in de Nieuwe GGZ is primair gericht op het bevorderen van weerbaarheid en het bieden van social holdingover de tijd, afhankelijk van de context en met een focus op relationeel en multideskundig werken, mede gebaseerd op het gedachtegoed van de integrale psychiatrie en de lifestyle geneeskunde. Hiermee wordt afhankelijkheid en overbehandeling in een model van symptoomreductie op basis van escalerende richtlijnen voor niet-bestaande gemiddelde patiënten voorkomen (van Os e.a., 2018, Delespaul e.a., 2016). Verantwoording wordt afgelegd op het niveau van de Community Vital Signsvan de bewoners in de wijk, in een ‘big data’ approach (Hughes e.a., 2016), en niet op het niveau van symptoomreductie van mensen in de zorg (Van Os en Delespaul, 2018).

  1. Een consumer-run sociale economie

Van de ongeveer 6 miljard die elk jaar wordt besteed aan GGZ, wordt voor dezelfde mensen eveneens 6 miljard uitgegeven in het sociaal domein. In Nederland zijn deze twee geldstromen onafhankelijk van elkaar, zodat ze niet integraal kunnen worden aangewend om het bestaan van patiënten leefbaarder te maken. Met andere woorden: het UWV weet niet van het behandelteam en vice versa opereert het behandelteam grotendeels in isolatie van de mensen van het sociaal domein. In de Nieuwe GGZ worden de twee geldstromen bij elkaar gebracht in een geïntegreerd populatiebudget in de wijk en mede ingezet ter ondersteuning van een consumer-run sociale economie, gebaseerd op flexibele 10-20 euro betalingen in een opstap naar de regulier economie (van Os e.a., 2018).

 

  1. User Co-Creatie en User Research

De inzet van ervaringsdeskundigheid in zorg en welzijn is nooit doel op zichzelf geweest. Het is een middel om de kloof te overbruggen tussen zorgaanbod en de wensen en behoeften van hulpvragers. Het gaat om het overbruggen van de ‘user-science-service gap’. Een veel steviger positie van ervaringsdeskundigen en ervaringsdeskundigheid in de zorgsector dan de huidige is essentieel, willen alle transities en transformaties in de zorg een succes worden. Daarbij is een nieuwe stap nodig: de ontwikkeling van een gedegen infrastructuur voor gezamenlijk kennisontwikkeling en -uitwisseling, verdere talentontwikkeling, het ‘aanjagen’ van nieuwe initiatieven en ontwikkelingen en disseminatie en implementatie van ervaringskennis. Belangrijkste opgave voor een User Research Network in de Nieuwe GGZ moet zijn om die infrastructuur te ontwikkelen.

User Research is een onderzoeks- en ontwikkelingsnetwerk van en voor gebruikers van psychiatrische voorzieningen (en ook: verslavingszorg, maatschappelijke opvang, gehandicaptenzorg etc.). Scientist-users, ervaringsdeskundigen en cliënten/patiënten met een onderzoeks/ontwikkelingsidee kunnen er terecht voor ondersteuning bij het verkrijgen van subsidiëring, voor opleiding en begeleiding bij de uitvoering van hun plannen. Daarnaast experimenteren we in de Nieuwe GGZ met allerlei vormen en varianten van samenwerking in (1) de formulering van (vanuit vragersperspectief relevante) onderzoeksvragen; (2) de ontwikkeling en uitvoeren van onderzoeksprojecten; (3) publiceren en op andere manieren toegankelijk maken van de verworven kennis en (4) waar nodig bijdragen aan de implementatie van ervaringskennis in de praktijk. Uiteraard kan er op termijn sprake zijn van een uitgebalanceerd onderzoeksteam met daarin ervaringsdeskundige leden en niet ervaringsdeskundige onderzoekers. Multideskundigheid krijgt zo vorm in de samenstelling van het netwerk in de Nieuwe GGZ.

 

Conclusie

Een publieke GGZ waarin deze op grote schaal kunnen worden aangeboden, ontbreekt. Het aanbieden van leefstijl interventies, voor, tijdens en na behandeling, face to face, in een groep of blended (deels online), heeft het potentieel om psychische klachten te verminderen, veerkracht te vergroten, geeft een empowerment en is kosteneffectief. Een nieuwe context van een kleinschalige GGZ in de wijk, als een ‘healing community’, met aandacht voor social holding en sociale economie is nodig om dergelijke vormen van weerbaarheidsbevordering verder te faciliteren. Het is hoog tijd dat hier meer structureel aandacht aan besteed wordt.

 

Wil je een pilot Nieuwe GGZ beginnen of je kennis verbinden? Ga naar de site van SamenBeter en meld je aan!

 

 

 

Referenties

 

ACPM (2009). Lifestyle medicine – Evidence review. Retrieved 08/22, 2013, from htp://www.lifestylemedicine.org/resources/Documents/LifestyleMedicine-LiteratureReview.pdf

Bell, I. R., Caspi, O., Schwartz, G. E. R., Grant, K. L., Gaudet, T. W., Rychener, D., Maizes, V., & Weil, A. (2002). Integrative medicine and systemic outcomes research - Issues in the emergence of a new model for primary health care.Archives of Internal Medicine, 162(2), 133-140. doi:10.1001/archinte.162.2.133

Berk, M., Sarris, J., Coulson, C.E. & Jacka, F.N. (2013). Lifestyle management of unipolar depression.Acta Psychiatrica Scandinavica.Supplementum, (443):38-54. doi(443), 38-54.

Bodai BI, Nakata TE, Wong WT, Clark DR, Lawenda S, Tsou C, Liu R e.a. (2018) Lifestyle medicine: a brief review of its dramatic impact on health and survival. Permanente Journal, 2018;22: 17-25

Bracken, P., Thomas, P., Timimi, S., Asen, E., Behr, G., Beuster, C., Bhunnoo, S., Browne, I., Chhina, N., Double, D., Downer, S., Evans, C., Fernando, S., Garland, M. R., Hopkins, W., Huws, R., Johnson, B., Martindale, B., Middleton, H., Moldavsky, D., Moncrieff, J., Mullins, S., Nelki, J., Pizzo, M., Rodger, J., Smyth, M., Summerfield, D., Wallace, J., & Yeomans, D. (2012). Psychiatry beyond the current paradigm.British Journal of Psychiatry, 201(6), 430-434. doi:10.1192/bjp.bp.112.109447 Consortium of Academic health Centers for Integrative Medicine (CAHCIM). (2009). Consortium of Academic health Centers for Integrative Medicine (CAHCIM)
.
Retrieved 08/22, 2013, from http://www.imconsortium.org/about/home.html

Consortium of Academic health Centers for Integrative Medicine (CAHCIM). (2009). Consortium of Academic health Centers for Integrative Medicine (CAHCIM)
Retrieved 08/22, 2013, from http://www.imconsortium.org/about/home.html

Cuijpers, P., Smit, F., Bohlmeijer, E., Hollon, S. D., & Andersson, G. (2010). Efficacy of cognitive-behavioural therapy and other psychological treatments for adult depression: meta-analytic study of publication bias.British Journal of Psychiatry, 196(3), 173-178. doi:10.1192/bjp.bp.109.066001

Cuijpers, P., Clignet, F., van Meijel, B., van Straten, A., Li, J., & Andersson, G. (2011). Psychological treatment of depression in inpatients: A systematic review and meta-analysis.Clinical Psychology Review, 31(3), 353-360. doi:10.1016/j.cpr.2011.01.002

Denys D. (2016). Dit is het moment voor vernieuwing. De Medisch Specialist. Juni 2016, pag. 12-14.

Delespaul P, Milo M, Schalken F, Boevink W, van Os J. (2016) Goede GGZ! Nieuwe concepten, aangepaste taal en betere organisatie.Leusden: Diagnosis uitgevers.

Dehue T (2010) De depressie epidemie.Uitgeverij Olympus.

Egger, G., Binns, A. & Rossner, S. (2008). Lifestyle medicine.Sydney: McGraw-Hill.

Engelen, P, Booij S, Steffek E, Pijper N, Visser J, Hoenders HJR (..) Evaluatie van de effecten van het Lentis leefstijl project (in voorbereiding)

European Parliament (1997). Resolution on the status of non-conventional medicine [“Resolutie over de status van de niet-conventionele geneeskunde”] A4-0075/97. PB. Nr. C 182 van 16/06/1997, 0067.Retrieved 08/22, 2013, from http://www.europarl.europa.eu/

Frances, A (2012) DSM is a guide not a bible; ignore its ten worst changes. https://www.psychologytoday.com/blog/dsm5-in-distress/201212/dsm-5-is-guide-not-bible-ignore-its-ten-worst-changes (27-10-17)

GGD (2011) http://www.ggd.nl/actueel/nieuws/2011/12/13/25-van-de-welvaartsziekten-veroorzaakt-door-leefst/

Henderson, D. C. (2008). Managing weight gain and metabolic issues in patients treated with atypical antipsychotics.The Journal of Clinical Psychiatry, 69(2), e04-e04.

Hoenders, H.J.R., Appelo, M.T., & Milders, C.F.A. (2006). Complementaire en Alternatieve Geneeswijzen (CAG) en psychiatrie; meningen van patiënten en psychiaters. Tijdschrift voor Psychiatrie,48,9,733-737.

Hoenders, H. J. R., Willgeroth, F. C., & Appelo, M. T. (2008). Western and Alternative Medicine: A Comparison of Paradigms and Methods.Journal of Alternative and Complementary Medicine, 14(8), 894-896. doi:10.1089/acm.2007.0645

Hoenders, H. J. R., Appelo, M. T., van den Brink, E. H., Hartogs, B. M. A., & de Jong, J. T. V. M. (2010) Protocol voor complementaire en alternatieve geneeswijzen; naar een verantwoorde toepassing binnen de ggz. Tijdschrift Voor Psychiatrie, 52(5), 343-348.

Hoenders, H. J. R., Appelo, M. T., & De Jong, J. T. V. M. (2012). Integrative medicine: a bridge between biomedicine and alternative medicine fitting the spirit of the age.Sociology Mind, (2), 441-446. doi:10.4236/sm.2012.24057

Hoenders, H. J. R., Bos, E. H., Bartels-Velthuis, A. A., Vollbehr, N. K., Van Der Ploeg, K., De Jonge, P., & De Jong, J. T. V. M. (2013). Pitfalls in the assessment, analysis, and interpretation of routine outcome monitoring (ROM) data; results from an outpatient clinic for integrative mental health.Administration and Policy in Mental Health and Mental Health Services Research, doi:10.1007/s10488-013-0511-7

Hoenders, H.J.R. (2014a) Integrative psychiatry: conceptual foundation, implementation and effectiveness.Doctoral thesis. Rijksuniversiteit Groningen

Hoenders, H.J.R., Van der Ploeg, K., Steffek, E., Hartogs, B. (2014b) Lifestyle [Leefstijl] In: Transdiagnostische factoren: theorie, onderbouwing en behandeling. Heycop the Ham, B, Hulsbergen, M & Bohlmeijer E (red), Boom.

Hoenders HJR, Van Os J & Castelein S (2018a) De toekomst van de culturele psychiatrie: een wekend perspectief. In (red) Dijk & de Jong): Handboek culturele psychiatrie. De Tijdstroom

Hoenders HJR, Castelein S (2018b) Integrale psychiatrie: theorie en praktijk. In: (red) Meiboom – de Jong (2018) Bijblijven voor de huisarts, Bohn Stafleu van Lochem (geaccepteerd voor publicatie).

Horrigan B, Lewis S, Abrams D & C Pechura (2012) Integrative medicine in America.Available at: http://www.bravewell.org/content/Downlaods/IMinAm.pdf (Accessed 20 April 2018)

Huber M, Knottnerus JA, Green L, van der Horst H, Jadad AR, e.a.(2011) How should we define health? BMJ, 2011 Jul 26;343:d4163. doi: 10.1136/bmj.d4163.JackaF, O’NeilA, OpieR, ItsiopoulosC, CottonS, MohebbiM, CastleD, DashS, MihalopoulosC, ChattertonML, BrazionisL, DeanOM, HodgeAM, Berk, M (2017) A randomised controlled trial of dietary improvement for adults with major depression (the ‘SMILES’ trial. BMC Medicine201715:23

Hughes LS, Phillips RL, Jr., DeVoe JE, Bazemore AW. (2016) Community Vital Signs: Taking the Pulse of the Community While Caring for Patients. J Am Board Fam Med. 2016;29(3):419-22.

Kirsch, I., Deacon, B. J., Huedo-Medina, T. B., Scoboria, A., Moore, T. J., & Johnson, B. T. (2008). Initial severity and antidepressant benefits: A meta-analysis of data submitted to the food and drug administration.Plos Medicine, 5(2), 260-268. doi:10.1371/journal.pmed.0050045

Jonge, P de, Wardenaar, K, Hoenders HJR, et al (2017) Complementary and Alternative Medicine Contacts by Persons with Mental Disorders in 25 Countries: Results from the World Mental Health Surveys. Epidemiology and Psychiatric Services. 2017 Dec 28:1-16. doi: 10.1017/S2045796017000774

Lake J (2007) Textbook for integrative mental health, Thieme, USA.

Leamy M, Bird V, Le Boutillier C, Williams J, Slade M. Conceptual framework for personal recovery in mental health: systematic review and narrative synthesis. Br J Psychiatry. 2011;199(6):445-52.

Macpherson R, Pesola F, Leamy M, Bird V, Le Boutillier C, Williams J, e.a. (2015) The relationship between clinical and recovery dimensions of outcome in mental health. Schizophr Res. 2015.

Ornish, D., Brown, S.E., Scherwitz, L.W., Billings, J.H., Armstrong, W.T., Ports, T.A. et al. (1990). Can lifestyle changes reverse coronary heart disease? the lifestyle heart trial.Lancet, 336(8708), 129-133.

Ornish, D., Scherwitz, L.W., Billings, J.H., Brown, S.E., Gould, K.L., Merritt, T.A. et al. (1998). Intensive lifestyle changes for reversal of coronary heart disease.JAMA : The Journal of the American Medical Association, 280(23), 2001-2007.

Ornish, D., Weidner, G., Fair, W.R., Marlin, R., Pettengill, E.B., Raisin, C.J. et al. (2005). Intensive lifestyle changes may affect the progression of prostate cancer.The Journal of Urology, 174(3), 1065-9; discussion 1069-70.

Ornish, D. (2009). Intensive lifestyle changes and health reform.The Lancet Oncology, 10(7), 638-639.

Pischke, C. R., Frenda, S. J., Ornish, D., Weidner, G. Lifestyle changes are related to reductions in depression in persons with elevated coronary risk factors. Psychology & Health 2010 Jun 29:1-24.

Reisinger Walker, E., McGee, R.E., Druss BG (2015) Mortality in mental disorders and global disease burden implications; a systematic review and meta-analysis. JAMA psychiatry, 2015; 72(4):334-341.

Ruiz-Nunez, B., Pruimboom, L., Dijck-Brouwer, D.A. & Muskiet, F.A. (2013). Lifestyle and nutritional imbalances associated with western diseases: Causes and consequences of chronic systemic low-grade inflammation in an evolutionary context.The Journal of Nutritional Biochemistry, 24(7), 1183-1201.

Sarris, J., Moylan, S., Camfield, D.A., Pase, M.P., Mischoulon, D., Berk, M. et al. (2012). Complementary medicine, exercise, meditation, diet, and lifestyle modification for anxiety disorders: A review of current evidence.Evidence-Based Complementary and Alternative Medicine: ECAM, 2012, 809653.

Sarris, J., Glick, R., Hoenders, R., Duffy, J., & Lake, J. (2013). Integrative mental healthcare White Paper: Establishing a new paradigm through research, education, and clinical guidelines.Adv Integr Med, doi:dx.doi.org/10.1016/j.aimed.2012.12

Schuch FB, Vancampfort D, Richards J, et al: Exercise as a treatment for depression: a meta-analysis adjusting for publication bias. J Psychiatr Res 2016; 77:42–51

Spoelman WA, Bonten TN, de Waal MW, Drenthen T, Smeele IJ, Nielen MM, e.a. Effect of an evidence-based website on healthcare usage: an interrupted time-series study. BMJ Open. 2016;6(11):e013166.

Stahl JE, Dossett ML, LaJoie AS, Denninger JW, Mehta DH, Goldman R, et al. (2015) Relaxation Response and Resiliency Training and Its Effect on Healthcare Resource Utilization. PLoS ONE 10(10): e0140212. https://doi.org/10.1371/journal.pone.0140212

Stuart SR, Tansey L, Quayle E. What we talk about when we talk about recovery: a systematic review and best-fit framework synthesis of qualitative literature. Journal of Mental Health. 2016;Epub ahead ofprint.

Turner, E. H., Matthews, A. M., Linardatos, E., Tell, R. A., & Rosenthal, R. (2008). Selective publication of antidepressant trials and its influence on apparent efficacy.New England Journal of Medicine, 358(3), 252-260. doi:10.1056/NEJMsa065779

Van Os J, Delespaul P. Een Valide Kwaliteitskader Voor De GGZ: Van Benchmark-ROM Aan De Achterkant Naar Regionale Regie en Co-creatie Aan De Voorkant. Tijdschrift voor Psychiatrie. 2018;60:96-104.

Van Os J, Guloksuz S, Vijn TW, Hafkenscheid A, Delespaul P. The diagnosis-evidence-based group-level symptom-reduction model as the organizing principle for mental health care: time for change? World Psychiatry. 2018;in press

Van Os, J, Kahn, R, Denys, D, Schoevers, RA, Beekman, ATF, Hoogendijk, WJG, Hemert, AM van, Hodiamont, PPG, Scheepers, F, Delespaul, PhAEG, Leentjens, AFG ROM: gedragsnorm of dwangmaatregel? Tijdschrift voor psychiatrie, 54(2012)3, 245-253.

Van Os, J. (2014). De DSM-5 voorbij: persoonlijke diagnose in een nieuwe ggz. Diagnosis Publishers: Leusden.

Van Os J. (2018) ‘Multi-expert’ eCommunities as the basis of a novel system of Public Mental Health. Tijdschrift voor Gezondheidswetenschappen. 2018;96:62-7.

Van Sambeek N, Tonkens E, Bröer C. Sluipend kwaliteitsverlies in de geestelijke gezondheidszorg. Professionals over de gevolgen van marktwerking. . Beleid en Maatschappij. 2011;38(1):47-64.

Walsh, R. (2011). Lifestyle and mental health.The American Psychologist, 66(7), 579-592.

  1. Van Sambeek N, Tonkens E, Bröer C. Sluipend kwaliteitsverlies in de geestelijke gezondheidszorg. Professionals over de gevolgen van marktwerking. . Beleid en Maatschappij. 2011;38:47-64.
  2. Wahlbeck K. Public mental health: the time is ripe for translation of evidence into practice. World Psychiatry. 2015;14:36-42.
  3. van Os J. ‘Multi-expert’ eCommunities as the basis of a novel system of Public Mental Health. Tijdschrift voor Gezondheidswetenschappen. 2018;96:62-7.
  4. Spoelman WA, Bonten TN, de Waal MW, Drenthen T, Smeele IJ, Nielen MM, e.a. Effect of an evidence-based website on healthcare usage: an interrupted time-series study. BMJ Open. 2016;6:e013166.
  5. van Os J, Guloksuz S, Vijn TW, Hafkenscheid A, Delespaul P. The diagnosis-evidence-based group-level symptom-reduction model as the organizing principle for mental health care: time for change? World Psychiatry. 2018;in press.
  6. Delespaul P, Milo M, Schalken F, Boevink W, Van Os J. GOEDE GGZ! Nieuwe concepten, aangepaste taal, verbeterde organisatie. Amsterdam: Diagnosis Uitgevers; 2016.
  7. Leamy M, Bird V, Le Boutillier C, Williams J, Slade M. Conceptual framework for personal recovery in mental health: systematic review and narrative synthesis. Br J Psychiatry. 2011;199:445-52.
  8. Stuart SR, Tansey L, Quayle E. What we talk about when we talk about recovery: a systematic review and best-fit framework synthesis of qualitative literature. Journal of Mental Health. 2016;Epub ahead ofprint.
  9. Macpherson R, Pesola F, Leamy M, Bird V, Le Boutillier C, Williams J, e.a. The relationship between clinical and recovery dimensions of outcome in mental health. Schizophr Res. 2015.
  10. Van Os J. De DSM-5 voorbij: persoonlijke diagnose in een nieuwe ggz. Leusden: Diagnosis Publishers; 2014.
  11. Hughes LS, Phillips RL, Jr., DeVoe JE, Bazemore AW. Community Vital Signs: Taking the Pulse of the Community While Caring for Patients. J Am Board Fam Med. 2016;29:419-22.
  12. Van Os J, Delespaul P. Een Valide Kwaliteitskader Voor De GGZ: Van Benchmark-ROM Aan De Achterkant Naar Regionale Regie en Co-creatie Aan De Voorkant. Tijdschrift voor Psychiatrie. 2018;60:96-104.

Willett, W.C. (2002).Balancing life-style and genomics research for disease prevention.Science, 296(5568), 695-698.

World Health Organisation. (2003). Traditional Medicine Strategy 2002 – 2005.Retrieved 08/22, 2013, from http://www.who.int/en/

World Health Organization (2013) WHO strategy traditional medicine 2014-2023 http://www.who.int/medicines/publications/traditional/trm_strategy14_23/en/

Yusuf, S., Hawken, S., Ounpuu, S., Dans, T., Avezum, A., Lanas, F. et al. (2004). Effect of potentially modifiable risk factors associated with myocardial infarction in 52 countries (the INTERHEART study): Case-control study.Lancet, 364(9438), 937-952.

ZonMw (2014) Signalement ontwikkeling en implementatie van evidence based complementaire zorg. Verkrijgbaar via : https://publicaties.zonmw.nl/fileadmin/publicaties.zonmw.nl/defsignalement0703.pdf

ZonMw (2016) Signalement zingeving in de zorg. Verkrijgbaar via : https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/zonmw-signalement-zingeving-in-zorg-de-mens-centraal/

Zonmw (2018) Oprichting consortium. Verkrijgbaar via : https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/voorbereidingen-consortium-complementaire-zorg-van-start/